04-03-11

Het inflatiespook

De Belgische consument bespaart minder op reizen of op restaurant gaan. Het aandeel mensen dat zegt meer dan vroeger te sparen is gezakt van 32 pct naar 23 procent.

Dat blijkt uit het onderzoek dat het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) tweemaal per jaar uitvoert. De prijzen stijgen in België sneller dan in de drie buurlanden. Dat is vooral het geval voor energie, maar ook voor levensmiddelen. Dat blijkt uit het jaarverslag 2010 van het Prijzenobservatorium. Minister van Economie Van Quickenborne is not amused en gaat optreden.


Is dit goed nieuws? Nee en ja, u voelt aan dat de prijzen in België en algemeen in Europa stijgen. Ook vermindert het spaargeld bij de mensen. Dat zijn geen goede tekens voor een gezonde economie. Toch is er in Europa en in België nog niet echt reden tot klagen. Alles wordt in het oog gehouden, soms iets te veel, maar in moeilijke tijden is een waakzame watchdog met verantwoordelijkheid, een goede zaak.

In andere landen is het anders gesteld. Dit artikel is een opinie van Roberto Cachanosky, economist van de krant La Nacion in Argentinie. Hij beschrijft het inflatiespook zoals de Argentijnen en andere Zuid-Amerikaanse landen in de kast hebben zitten. De regering neemt een inflatie van 10% als officieel cijfer aan, de reëele inflatie gaat naar de 30% op jaarbasis. In België is dit iets meer dan 4% en wil men het onder de 3% terugbrengen.

Cachanosky schrijft dat de Argentijnse regering volhoudt dat de inflatie niet hoog is, jaarlijks zou het 10 % bedragen, volgens een studie van de economische universiteit Di Tella zou men in de straten van Buenos Aires een inflatie van 30% noteren. Dit verschil houdt een groot economisch gevaar in. De auteur vergelijkt het geld met een autostrade, als alles goed verloopt, kunnen de automobilisten alle rijvakken gebruiken, als het tegenzit, zit men uren in de file, als het helemaal misloopt, moet men alternatieve wegen nemen. Zo ook met het geld.

Op de eerste plaats moet men zich de vraag stellen wat geld is en waarvoor het dient. Men moet hierbij voor ogen houden dat een nationale munt onderhevig is aan de markt, zoals alle andere dingen die verhandeld worden. Wanneer men een munt in de financiele markt wil gebruiken, moet dit aan twee voorwaarden voldoen:

a: door de markt aanvaard worden als betaalmiddel, als middel om transacties te doen

b: dienen als reserve.

Als een munt geen uitvinding is van een regering, maar een reëel middel op de markt, kan het gebruikt worden om een ruilactie uit te voeren. Stel je voor dat er geen geld bestaat, dat we terug leven in de tijd van de ruilhandel. Een pianoleraar wil een brood kopen, dan moet hij op zoek gaan naar een bakker die graag pianoles wil volgen, daarna moet er besproken worden hoeveel brood men kan betalen met 1 uur pianoles. Of neem bijvoorbeeld een architect die een huis moet zetten voor een kleermaker, hoeveel kostuums moet hij vragen voor het afwerken van een gezinswoning? Deze voorbeelden geven aan dat het geld transacties makkelijker en directer maakt. Met geld kan de pianoleraar zijn brood kopen waar hij wil en kan de architect in jeans blijven lopen, terwijl hij de inkomsten van zijn huis kan opdoen aan andere dingen dan kleren. Met geld hebben we meer 'afritten' op de autostrade en het verkeer gaat vlugger van de ene transactie naar de andere. Als transacties vlotter gebeuren, worden er ook meer uitgevoerd. Men neemt dezer dagen veel vlugger de auto voor middelgrote afstanden dan pak weg 50 jaar geleden, een van de redenen is, omdat er meer autostrades liggen dan pak weg 50 jaar geleden, en het verkeer, in normale omstandigheden vlotter gaat. Zo is dat ook met geld, het rolt makkelijker zodat er meer productiviteit en economische acties zijn dan in de tijd van de ruilhandel.

Dat in theorie, we zien al het probleem van de autostrades, die zitten nu muur vast, men geraakt op een stadsring niet meer voor of achteruit. Hoe zit dat op onze autostrade van het geld? Ook daar loopt, zeker in landen waar de inflatie hoog oploopt, het economische verkeer muurvast.

Het probleem met de inflatie is dat men elke keer minder kan kopen met hetzelfde geld. De mensen verliezen de orientatie over de kracht van hun inkomen, een verkoper weet niet goed aan welke prijs hij zijn huidige stock moet verkopen om deze stock met een normale winstmarge terug aan te vullen. Met een inflatie van 30% die niet officieel wordt weergegeven door de regering, is een economische planning onmogelijk. Het andere probleem is dat de reserve, de spaarwaarde, van de munt als ijs in de zon smelt. Als een munt zijn spaarwaarde verliest, kunnen er geen operaties op lange termijn meer plaatsvinden. Kredieten bijvoorbeeld, worden gefinancieert met de spaarwaarde van de munt, als die verdwijnt, verdwijnen de kredieten. Een regering die het reële inflatiecijfer niet erkent, stremt de autostrade van zijn economie. De banken kunnen hun reserves niet aan kredieten besteden aan 10% (officieel inflatiecijfer) + 3% normale winst, als de echte inflatie 30% bedraagt, zij verliezen hierdoor kapitaal. De consument kan geen krediet aanvragen als hij geen zicht heeft op een financieel plan op langere termijn. Hij betaalt nu 13% voor een lening, die elke dag naar 33% kan en zal moeten verhogen. Argentijnen hebben hier ervaring mee. In de crisis van 2002 werden de leningen plots 3x duurder door de devaluatie van hun nationale munt tov de dollar. 

Zonder kredieten zijn er geen investering, zonder financiele visie op lange termijn, zijn er geen spaarders die willen investeren. Een doodlopende straat, ipv van inderdaad, een autostrade die u naar uw eindpunt brengt op een tijdspanne die u kan plannen.  

Een kijkje achter de schermen van een land waar het brood vandaag 5 euro kost, gisteren 3.5 en morgen...15?

 

 

De commentaren zijn gesloten.