26-02-11

Na Wewe

België mag dan geen vertegenwoordiger hebben in de categorie ‘Beste buitenlandse film’, we doen wel mee voor de Academy Award van ‘Beste Kortfilm’ met Na Wéwé van Ivan Goldschmidt.

De insiders in Hollywood zijn het er over eens: Na Wéwé maakt een reële kans de Oscar te winnen. Via zijn blog horen we van A Private View-producent Dries Phlypo (van het productiehuis dat ook Aanrijding in Moscou afleverde) dat de 19 minuten durende film regelmatig als winnaar wordt getipt.

Na Wéwé, wat zoveel betekent als ‘Jij ook’, speelt in het door de genocide verscheurde Burundi van 1994. Op een landweg houden gewapende Hutu’s die op zoek zijn naar Tutsi’s een busje tegen. De mannen, vrouwen en kinderen moeten zich onder het oog van enkele verontruste blanken identificeren, maar wanneer de chef van het moordcommando roept dat de Hutu’s aan de rechterkant van de weg moeten gaan staan, rent iedereen naar rechts. De bendeleider staat meteen voor een levensgroot probleem: wie is werkelijk Hutu en Tutsi?

Het scenario werd geschreven door Jean-Luc Pening die in Burundi was toen daar naar schatting 25.000 Tutsi’s werden vermoord. Vanuit die persoonlijke betrokkenheid en naar aanleiding van het draaien van hun film, hebben Pening en regisseur Ivan Goldschmidt in Burundi overigens een school voor jonge filmmakers opgestart.

Ivan Goldschmidt verdiende zijn sporen vooral als reclame- en theaterregisseur, maar hij is ook actief als beeldhouwer en schilder. Hij regisseerde eerder al de kortfilm Ketchup en een tv-reeks.

Na Wéwé is zonder twijfel zijn meest succesvolle project tot dusver want de kortfilm won al een tiental prijzen op internationale filmfestivals.

De Belg Jean-Luc Pening werd in 1995 op weg naar huis door Burundese soldaten door het hoofd geschoten. Hij overleefde als bij wonder, maar raakte blind. Jaren later schreef hij een emotioneel en grappig script over het etnisch geweld tussen Hutu's en Tutsi's. Daarmee maakt hij nu kans op een Oscar.

Augustus, 1995. Het rommelt in Burundi. Sinds de Hutu Melchior Ndadaye, de eerste democratisch verkozen president van het land, in 1993 vermoord werd door Tutsi-rebellen, gaat het in het land van kwaad naar erger. Tienduizenden mensen zouden bij etnisch geweld tussen Hutu's en Tutsi's omgekomen zijn, maar in de hoofdstad Bujumbura is het vrij rustig.

De Belg Jean-Luc Pening twijfelt. Hij heeft een plantage met sierplanten op acht kilometer van de hoofdstad, waar hij heen zou moeten om zijn twintig arbeiders instructies te geven: er moet een stevige levering richting Nederland vertrekken. Maar het is verdacht kalm in de straten van de hoofdstad. ‘Waar normaal een gezellige Afrikaanse drukte heerste, hing een ijzingwekkende stilte.' Hij belt een bevriend kolonel. Of het veilig is om de rit te maken? De kolonel stelt Pening gerust, en hij vertrekt.

Wanneer hij na zijn werk op het veld weer naar huis wil rijden, ziet Pening in de verte een vrachtwagen met soldaten rijden. De woorden van zijn bevriende kolonel indachtig, denkt hij er niet verder over na. Een paar kilometer verderop rijden de soldaten hem in de berm. Vanaf dan is zijn herinnering weg. Wat er de uren, de weken nadien is gebeurd? ‘Geen idee. Een zwart gat.'

Zijn vrouw herinnert zich wel nog alles. Hoe ze hem probeerde te bereiken op zijn mobiele telefoon – ‘een van de eerste in de streek' – maar een man aan de lijn kreeg die Kirundi sprak. Hoe ze dacht dat ze een fout nummer had ingetoetst, opnieuw probeerde, en weer dezelfde man te spreken kreeg. Die vertelde haar dat Pening in het hoofd geschoten was. Ze waarschuwde meteen de Belgische paracommando's die vlakbij gestationeerd waren, en zij schoten te hulp.

Zij vonden Pening dood, dachten ze. Zijn gezicht was verwoest door twee kogels. Een soldaat had het geweer tegen zijn hoofd gezet en de trekker overgehaald. ‘Alles was weg. Een oog hing uit zijn hoofd. Hij zag er verschrikkelijk uit.' Maar bij de para's was een verpleger, die zag dat Pening nog leefde. Ze brachten hem meteen naar Nairobi, waar hij allerlei operaties onderging. Pening was bij bewustzijn, sprak nog met artsen over het incident, maar daar herinnert hij zich nu niets meer van. Het was al snel duidelijk dat Pening de rest van zijn leven blind zou blijven. Na een week werd hij overgebracht naar België, waar geen enkel ziekenhuis hem eerst wilde helpen.

‘Hij had geen verzekering. Dat hij Belg was, volstond blijkbaar niet', zegt zijn vrouw. Er volgden nog ‘acht of negen' operaties in een periode van twee, drie jaar vooraleer zijn gezicht helemaal gereconstrueerd was. ‘Ze namen stukjes huid van overal: uit zijn dij, zijn oren…'

Verkeerd moment

De familie Pening woonde even in België, maar kon er niet aarden. Nadat het leger in 1996 de macht weer had overgenomen en de orde had hersteld, keerde het gezin in 1997 terug naar Burundi. Pening liet zich niet tegenhouden door angst of haat om weer te gaan wonen in het land waar zijn leven was verwoest.

‘Ik was geen doelbewust slachtoffer. Ik was niet geviseerd. Ik was gewoon op de verkeerde plek op het verkeerde moment. Voor mij was het belangrijk om de bladzijde om te slaan.'

Een mooie theorie, maar niet vanzelfsprekend als je door het hoofd geschoten werd. ‘De eerste jaren waren we woedend, natuurlijk, ook al omdat niemand zich onze zaak aantrok: de Belgische pers niet, de ambassade niet, niemand. Maar ik besefte dat er geen gerechtigheid zou zijn. Dat niemand zich voor de rechtbank zou moeten verantwoorden voor wat er met mij gebeurd is. Ik heb besloten mijn toekomst niet te laten blokkeren door mijn verleden. Er is me ooit de vraag gesteld: wat zou je zeggen als je aanvallers morgen voor je neus staan? Wat valt er te zeggen? Het zijn laffe honden.'

‘Maar ik voel geen haat voor hen, ik voel niks. Waarom zou ik iets voelen voor mensen die een onschuldige door het hoofd kunnen schieten? Ik wilde verder met mijn leven.'

Waanzin

Ik ontmoet Jean-Luc Pening in de lobby van het Sheraton Universal Hotel in Los Angeles. Hij is net gearriveerd vanuit Brussel. Zijn hand ligt op de schouder van zijn vrouw, terwijl ze hem door het hotel begeleidt. Een donkere zonnebril verbergt de littekens in zijn gezicht. Hij is hier voor de Oscaruitreiking. ‘Het is waanzin dat ik hier sta', lacht Pening.

Nadat Pening blind werd, eindigde ook zijn carrière op het veld en tussen de planten. ‘Vijftien jaar werk weggegooid. Ik ben niet van nul moeten herbeginnen, ik ben van onder nul moeten herbeginnen.'

Pening ging in communicatie en richtte Menya Media op, een ngo die sensibiliseringsacties opzet. ‘Muziek, affiches maken die waarschuwen voor aids, die dingen.' Hij kocht ook een computer met spraakherkenning en begon te schrijven. ‘Want ik kon niet meer lezen en ik wilde voor mijn kinderen verhalen kunnen voorlezen.'

In 2007 hoorde hij over een wedstrijd voor kortfilmscenario's in Burundi. Het leek zijn collega's een goed idee om mee te doen. Pening schreef een scenario in anderhalve dag tijd, over Hutu's en Tutsi's: ‘Ik wilde tonen hoe absurd de tweedeling was. En hoe complex.' Hij vermengde allerlei waargebeurde verhalen van kennissen en vrienden – en zelfs van zijn vrouw – tot een kortverhaal. Een tijd later kreeg Pening te horen dat hij de wedstrijd had gewonnen.

Hij wilde het scenario niet op de plank laten liggen en zocht contact met een oude schoolmakker die in de filmindustrie werkte: Ivan Goldschmidt. Die was laaiend enthousiast. Goldschmidt en Pening verfijnden het scenario, stopten er meer humor in en voegden twee Belgen aan het verhaal toe – een Waal en een Vlaming. Na Wéwé – Kirundi voor ‘Jij ook' – was klaar. Ze draaiden de film in Burundi en dweilden de afgelopen maanden filmfestivals af. Daar oogstten ze veel succes, zowel bij de jury's als bij het publiek. ‘In Leuven kwam een vrouw naar me toe. Ze zei: “Voor ik jullie film zag, was ik een racist. Maar nu niet meer.” Kun je je dat voorstellen?'

Ontdekkingstocht

Voor één vertoning hield Pening zijn hart vast: de avant-première in Burundi, waar de hele zaal vol zou zitten met mensen die de burgeroorlog, de etnische moordpartijen, het geweld hebben meegemaakt.

‘Er waren ministers, vertegenwoordigers van de president… Ja, ik was bang. Maar iedereen was positief. Iedereen zag in dat het aan de overzijde ook gewoon maar mensen zijn. Want wat is dat precies: Hutu zijn? Wat is dat: Tutsi zijn? En bij uitbreiding: wat is dat, Belg zijn? Of Vlaming? Of Waal?' Dat onze film dat soort debatten kan losweken, is fantastisch.'

Zondag zit Pening in het Kodak Theatre tussen grote namen als Natalie Portman, Colin Firth, Nicole Kidman en Christian Bale. Net als zij maakt hij kans op een gouden beeldje. Een speech heeft hij nog niet voorbereid: ‘Eén persoon van ons team mag 45 seconden praten. Dus als we winnen, gaan we het daar nog over moeten hebben', lacht hij. Maar als de keuze op hem valt, wil hij twee dingen kwijt. ‘Eén: dat het geweldig was om de film sámen te maken, over de bevolkingsgroepen heen. Twee: aan alle gehandicapten, dat niets onmogelijk is als je het wil, dat niemand je kan tegenhouden of kan bepalen wat je grenzen zijn.'

Met de Oscaruitreiking heeft Pening ‘de top van een uitzonderlijke ontdekkingstocht' bereikt. Het heeft lang geduurd voor hij kon verwerken wat er die dag in augustus 1995 in Burundi gebeurde. ‘Pas nu, na meer dan vijftien jaar, kan ik het achter mij laten. En daar werk ik nog elke dag aan.' Zijn vrouw staat niet even ver in de verwerking van haar verdriet. ‘Het is moeilijk om nog gelukkig te zijn. Ja, het is fantastisch om hier te zijn, zeker als we winnen, maar ik zou de Oscar zó inruilen voor mijn man zoals hij vroeger was.'

‘Na Wéwé' is zaterdag om 20 uur te zien op VTM.

Destandaard.be

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.