19-02-11

Belgische onderhandelaar internationaal?

Onder de titel, 'vrede is een beroep' schetste de goednieuwskrant een paar jaar geleden Martti Ahstaari en andere vredesonderhandelaars voor. Onderhandelen om samen te leven in een land is inderdaad een professionele bezigheid. Het is daarom nog zo geen slecht idee van de Harvard prof, Mnookin, om professionele hulp te vragen in het buitenland.


Mnookin stelt de oud-president van Finland voor. Hij heeft in 2008 de Nobelprijs van de vrede gekregen. Hij is in landen in diepe crisis een welgekome en gekende gast. Andere conflictbemiddelaars hebben bijvoorbeeld hun strepen verdiend in het staakt het vuren van de IRA in Ierland, burgeroorlogverscheurde landen zoals Sudan ed.

Onderhandelaar en vredesleraar Paul Lederach zegt het volgende over zijn beroep: als onderhandelaar heb je een belangrijk instrument: woorden. Met een paar woorden kan je een hele wereld aftekenen, een wereld van complexe levensomstandigheden en dagelijkse waarheden. 'De woorden waar ik meestal naar luister, zijn woorden gesproken door de mensen die aan beide zijden midden in het probleem zitten. Zij kunnen heel bondig en met accurate woorden het probleem tussen de partijen schetsen. Mensen aan de zijlijn halen er een heleboel dingen bij die niet van toepassing zijn, woorden die olie op het vuur gooien, maar niets wezenlijks bijdragen.'

De man in de straat, de gezinnen tussen twee vuren, zij zijn de hoofdrolspelers. Niet de politiekers, de gesofistikeerde waarnemers, specialisten en theoretici. De vraag moet gesteld worden: 'wat zal er veranderen als jullie terug met elkaar kunnen leven, wat wordt er verwacht in jullie samenleving samen?' Deze antwoorden zijn meestal het beginpunt van onderhandelingen op een hoger niveau. In de 20 jarige ervaring van Lederach springen een paar stellingen naar voor als steeds wederkerende argumenten:

1. Objectiviteit suggereert ons dat er een grote kloof is tussen de capaciteit om vrede te sluiten en om vrede te bewaren.

2. Hoop is besmettelijk.

Als er hoop is om vrede te sluiten, is deze besmettelijk, als het over een geweldadig conflict gaat. Mensen willen een geweldloze maatschappij en als er een sprankeltje hoop is dat het haalbaar is, worden veel obstakels en diep gewortelde haat, opzij gezet.

De kloof tussen een vredesakkoord en een verdere vreedzame sameneving komt voort uit de nood om een vlugge en technische manier te vinden als oplossing voor het geweld. Een oplossing vinden op langere termijn zonder dat er geweld in het midden staat, is moeilijker en vraagt een meer technische strategie. Daar moeten de problemen bij de wortels worden aangepakt, men moet alles uitdiepen tot op de bodem. Er moet aan systematische structurering worden gedaan. Een proces dat de conflicten zal blootleggen en waarin zij moeten begrepen worden door beide partijen. Alleen dan kan men tot een samenleving in vrede komen.

Deze twee bijelkaar brengen: de kloof en de hoop, is het nodig dat de kloofvorming wordt opgespoord en in kaart wordt gebracht, in adequate taal wordt verwoord om hieruit hoop te putten tot het geven en nemen.

Een ander artikel ging over een groep professionele vredes- en samenlevingsexperten uit landen waar er al jaren een burgeroorlog heerst. De bevolking in die landen weten al lang niet meer waar het om draait en meestal wordt de strijd gaande gehouden door de politiekers die er hun brood in zien. Dit ondervond een groep van IFOR (internationaal vredesonderhandelaars Forum). Zij hebben bij hun internationale werking een nieuw programma ingevoerd: 'Praten over burgerlijke samenleving met vrouwen.'

'Het idee is gegroeid uit het plan om vrouwen samen te brengen met gelijke ervaringen, zowel hun ervaring op de werkvloer in hun land, als hun ervaringen als vrouw-zijnde of moeder, zus, tante,' vertelt Diana Francis, de President van dit IFOR initiatief. 'Uit hun ervaring kunnen zij de professionele vredesbemiddelaars onderwijzen, hen raad geven, hen tot andere inzichten brengen. Het gaat vaak over een detail, maar details kunnen in zwaar geladen conflictsituaties levens redden of de escalatie terug vuur geven. Deze vrouwen hebben oog voor detail, het is van levensbelang voor hen en hun familie. Zij strijden vaak niet met dezelfde wapens als mannen,  blijven vaak ongewapend achter, hun observatie en hun overlevingsdrang voor zichzelf en hun familie, leert ons een heleboel over hoe samen te leven en hoe overeen te komen.'

Uiteraard gaat dit over vredesonderhandelingen in geweldsituaties. Maar we kunnen deze ervaring ook overbrengen op crisissituaties zonder geweld.

Belangrijk bij een verzoening is de identiteit van een samenleving, en de ruimte die uit respect voor elkaar kan gecreeerd worden. De verantwoordelijkheid en het schuldgevoel, het uitspreken naar elkaar toe van spijt en respect. Daarin gaan vrouwen, volgens IFOR, vlugger over. In het IFOR 'vrouwen voor vrede'programma is het verbazend hoe de vrouwen van uiteenlopende cultuur, taal en identiteiten, vlug de juiste aanpak vinden.

'Het is gemakkelijk om met vrouwen te spreken over heel belangrijke dingen omtrent vrede. Ze begrijpen je veel vlugger dan een mannelijke groep uit dezelfde conflictregio. Zij weten dat er solidariteit nodig is,' zegt Leila Yunosova, Armeense bemiddelaarster van het Ministerie van Defensie.   'We werken soms maanden, dag en nacht aan een confrontatie en onze regeringen vernielen ons werk vaak op 1 dag tijd. Dit werkt verslagenheid nog meer in de hand. Maar we leren hier dat we ons moeten richten op de kleinere overwinningen, soms de kleine twijfels die wij kunnen planten in de bevolking, ons werk moeten we meer toetsen op langere termijn,' verklaart Yaala Cohen van Israel.

wil je meer weten over Martti Atishaari

08:19 Gepost door De Redactie in belgische politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.