15-02-11

Vrijgezellen, deel II

Wat als de liefde met grote L op zich laat wachten? En die met kleine l ook? Hoe voelt dat? Wat is er leuk en eigenlijk ook niet zo leuk aan? We vroegen het aan twee van het anderhalf miljoen Belgen dat officieel als vrijgezel door het leven gaat. Een man en een vrouw. Anoniem, want ongewild single zijn blijft altijd een beetje een stigma. Vrank en ongeremd lieten ze hun gedachten over hun solostatus de vrije loop.


ZIJ (33)

Toen Bridget Jones's diary in de bioscoop kwam, in 2001, was ik een vrijgezel in de eerste helft van mijn twintiger jaren. Ik kan me nog zo het kakelende gezelschap voor de geest halen waarmee ik naar die film ging kijken: een bende frisse, single meisjes. In de film is Bridget Jones op dat moment 33 en 3 maanden. Stokoud leek me dat. Dat ik als prille twintiger nog geen vaste relatie had, dat was logisch: ik was vrijgevochten, had gestudeerd, gereisd, was naar een andere stad verhuisd. Ongebonden wou ik het volwassen leven tegemoet treden. Dat ik ooit zelf drieëndertig zou worden, dat kon ik me zelfs niet voorstellen.

Tien jaar later ben ik plots zo oud als Bridget en wordt me nog steeds 'een goed lief' toegewenst. Het ligt niet aan mij, zo wordt me in een adem verzekerd. Ik heb een talent om alleen te zijn. Ik ben er zelfs bedreven in. Mijn job schenkt me voldoening, ik heb een schat aan mensen rondom mij, en dan blaak ik nog eens van gezondheid. Dagelijks tel ik al mijn zegeningen.

Het helpt dat ik in de stad woon, omringd door soortgenoten. De supermarkten zijn erop voorzien. De cafés ook. Hier kun je uitgaan zonder je stokoud te voelen. Wat zeg ik? Het stikt hier van de alleenstaanden! Alleenstaanden, alleen al het woord. Het is niet echt de burgerlijke staat met het hoogste aanzien. Bij een nieuwe relatie geniet ik ervan om schijnbaar achteloos in een conversatie te laten vallen dat ik een vriend heb ('wat een toeval, mijn vriend heeft net dezelfde fiets!'). Je ontsnapt meteen aan taxerende blikken, die willen achterhalen hoe het komt dat jij nog alleen bent (lesbisch? verlaten? slecht karakter?)

Mijn familie lardeerde vroeger, zonder fout, elke bijeenkomst met de vraag: 'En, nog niemand?' Nu eens schalks van toon (de ooms), dan weer lichtelijk bezorgd (de bomma). De enige mogelijke respons: een schaapachtige glimlach. Zo mogelijk nog pijnlijker wordt het als het je niet meer gevraagd wordt. Omdat ze bang zijn om je te kwetsen of het gewoonweg niet meer als een optie beschouwen. Het blijft een eeuwig onvoltooide toestand, het vagevuur, zo 'tussen twee relaties in zitten'.

Los van het oordeel van de ander is er nog iets wat ik zo jammer vind. Dat eeuwige detecteren van alle beschikbare mannen. Het wordt een vervelende tweede natuur. 'Zou dat hem zijn?' Natuurlijk is hij het niet, so what? Maar in plaats van blij te zijn dat je iemand nieuw leert kennen die potentieel een goede vriend wordt, voel je toch onvermijdelijk een soort teleurstelling. Alsof ontmoetingen die niet leiden naar het altaar niet gekoesterd dienen te worden.

Kritisch ben ik wel gebleven. Geen compromissen! Natuurlijk wil ik een compagnon de route, maar niet tegen elke prijs. Georganiseerd daten, bah. Ik heb het geprobeerd, het heeft zijn verdiensten. Het leverde me een aantal onvergetelijke avonden op, zoals met die man die drie uur lang uitlegde wat jazz voor hem betekende. Mensen onderschatten hoeveel energie daarin kruipt.

'Zit er nog iets in de pijplijn? Wel bezig blijven, hé!' moedigen mijn gesettelde vriendinnen me aan. Ze blijven eeuwig optimistisch, joelen mee bij elk 'potentieel' en maken hem met even groot enthousiasme zwart als hij een klootzak blijkt te zijn. Ze zorgen voor die broodnodige bevestiging als ze zuchten: 'Mocht er nu iets opvallends fout zijn aan jou, dan konden we het fiksen.' Het ligt dus echt niet aan mij, aldus de supportersclub. Ligt het dan aan 'hen'? Ja, er waren foute mannen die meer hebben genomen dan gegeven, maar de meeste heb ik net graag genoeg gezien om het woord 'tijdverlies' niet in de mond te nemen.

Bovendien zie ik genoeg mensen en situaties rond me die me doen uitroepen: 'Dan liever alleen!' Uitgebluste koppels die elkaar nauwelijks nog iets te zeggen hebben en enkel omwille van de practica samenblijven, die maar een beetje bij elkaar zitten te verpieteren. Vrouwen die bij klootzakken blijven en mannen die door hun lief worden vernederd, omdat ze niet alleen kunnen of durven. Maar het is triest om troost te putten uit het ongeluk van een ander.

Dan zoek ik liever bijstand bij mijn lotgenoten. Het is een immer veranderende adressengroep: die van de beschikbare vrijgezellen. Niet te beroerd om na tienen nog bezoek binnen te laten, altijd bereid om last minute naar feestjes te gaan, op café demonen te verzuipen, mee een nieuwe bril uit te zoeken. Soms verdwijnt iemand voor maanden van de radar: wie de liefde gevonden heeft wordt het allerbeste gewenst, gekneusde zielen worden geruisloos en zonder oordeel weer in de mailinglijst opgenomen. Of het nu oudejaar, een trouwfeest of simpelweg de bioscoop op zaterdagavond is, singles stick together.

Soms vraag ik me zelfs af of mijn stadsnetwerk niet té comfortabel is. Of het misschien mijn 'natuurlijke staat' is om geen relatie te hebben? Ik vind het oprecht leuk om op zaterdagmorgen in mijn eentje in het bos te gaan joggen en daarna even alleen drie buitenlandse kranten te lezen. Lekker geen gezeur aan mijn kop.

En toch kan ik me niet inbeelden dat ik altijd alleen zal blijven. Ik blijf erin geloven, hij kan achter elke hoek schuilgaan. Nu en dan passeert zelfs iemand die in mijn hoofd of hart dat deurtje opent waarachter een kamer schuilt waarvan ik het bestaan probeer te negeren. Een gigantische lege ruimte die, eenmaal ik ze erken, vraagt om gevuld te worden.

Ik kan het alleen. Het is gewoon leuker met z'n tweeën.

destandaard.be

12:27 Gepost door De Redactie in samenleving | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.