12-02-11

Vrijgezellen, een keuze? deel I

Wat als de liefde met grote L op zich laat wachten? En die met kleine l ook? Hoe voelt dat? Wat is er leuk en eigenlijk ook niet zo leuk aan? We vroegen het aan twee van het anderhalf miljoen Belgen dat officieel als vrijgezel door het leven gaat. Een man en een vrouw. Anoniem, want ongewild single zijn blijft altijd een beetje een stigma. Vrank en ongeremd lieten ze hun gedachten over hun solostatus de vrije loop.


HIJ (36)

'Jij nog vrijgezel? Hoe kan dat nu?' Die vraag, of noem het een compliment, kreeg ik onlangs nog te horen. Van een man weliswaar, dus veel verder hielp het me niet. Bovendien moest ik hem het antwoord schuldig blijven. Want ik doe het niet uit overtuiging of als statement, vrijgezel blijven. Het lijkt eerder een aangeboren gave. Al noem ik het in mijn donkere dagen soms ook 'de vloek van de zwarte panter'.

Ik ben intussen 36, maar mijn relationele geschiedenis is wellicht minder boeiend dan die van een doorsnee twintiger. Mijn langste relatie hield zeven maanden stand en ik heb nog nooit samengewoond. Er zat nog nooit een lief mee aan de kerstdis in het ouderlijke huis en een lange reis met z'n tweeën - traditioneel dé test om te zien of het écht goed zit met haar - heb ik nog niet gemaakt. Misschien maar best ook, want ik ben al weleens gezakt voor een kortere proef. Ooit ging ik met een liefje op romantisch weekend naar Amsterdam. Eten, drinken, blowen, vrijen, daar hadden we allebei trek in. Maar op weg naar Nederland liep onze trein vertraging op. Het luchtige gesprek kreeg een serieuzere toon. Voor we het wisten waren we de plus- en minpunten van onze relatie aan het opsommen. Niet echt een goed idee, zo bleek, want tegen de tijd dat we Amsterdam-Centraal binnenspoorden, had ik het uitgemaakt. In een tunnel onderweg had ik het licht gezien. We aten, dronken, blowden en vrijden nog wel - nu we er toch waren - maar terug thuis scheidden onze wegen voorgoed. Zo zijn er al veel verhalen geschreven in mijn liefdeslogboek, met telkens hetzelfde einde. Ik die alleen achterblijf, als Remi in Alleen op de wereld.

Na een ietwat late start - ik was bijna zestien toen ik mijn eerste tong draaide - ging het ineens snel. Liefjes volgden elkaar in sneltempo op. Lang duurde het nooit, echt serieus werd het evenmin. Een kleine dip in het huishouden betekende meteen ook het eindpunt. En het begin van een nieuwe poging. Door vaak genoeg te wisselen zou ik er wel achter komen welk type mij het beste lag. De tijd heeft me geleerd dat ik vooral een voorliefde blijk te hebben voor een welbepaalde categorie: het onmogelijke geval. Een crush op een lesbische collega, een zomerromance met een vrouw die haar trouwdatum (niet met mij!) al kent? Been there, done that.

Nog een specialiteit van het huis zijn vrouwen die een relatie met een complexe ex nog niet verwerkt hebben. Of vrouwen die daar wel in slaagden, maar wier ex danig blijft tegenstribbelen. Met alle scènes en toestanden van dien. Ik kan er uren over vertellen. Zo geraakt een mens niet ver, natuurlijk. Of toch niet verder dan zeven maanden.

Ondertussen is het alweer dik een halfjaar geleden dat ik nog een relatie heb gehad. Een oude vlam die weer opflakkerde op een zwoele zomeravond. Al benadrukte ze snel dat we het geen 'relatie' mochten noemen. Daar was ze niet aan toe - door een complexe ex, uiteraard. Ik bewoog hemel en aarde om haar op andere gedachten te brengen, maar het mocht niet zijn. Onze histoire bloedde dood. Zij kwam iemand anders tegen. Op Facebook laat ze geen moment onbenut om haar nieuwe relatie te bewieroken. Het kan verkeren.

Naar een relatie moet je niet op zoek gaan, luidt de theorie. Een relatie overkomt je. Maar je moet er wel voor openstaan, hoor ik ook vaak. Hoe je dat openstaan precies organiseert, is me echter niet duidelijk. Opgesmukt alleen aan een toog gaan zitten en hoopvol wachten op de komst van de ware, werkt zelden. Een keer lukte die tactiek wel, maar dat was op vakantie in Barcelona. En dus eigenlijk buiten categorie. De categorie mijn-enige-onenightstand-ooit om precies te zijn. In mijn vriendenkring zal ik ook niet gauw een potentiële partner tegen het lijf lopen. Daar zijn veel vrienden aan hun eerste kuslief blijven hangen en zit alles al deftig op slot. Het zijn telkens gezellige avonden tussen die tevreden en stabiele koppels, dat zeker, maar je kruipt achteraf gegarandeerd alleen in bed. Om iets aan mijn vrijgezellenstatus te veranderen zou ik moeten uitgaan. Maar laat mijn bestaan nu net een pak huiselijker geworden zijn. Content met de job, ambitieus recreatief sportief. Daarom lig ik - ook op een weekendavond - liever in de zetel met een fijne dvd dan dat ik in een vol en rokerig café blijf hangen. Maar in je zetel kom je geen lief tegen, natuurlijk.

Zo verstrijken de dagen en blijf ik in blijde verwachting van mijn ware. Al geloof ik eigenlijk niet in de ware. Die bestaat niet, er zijn veel waren. Ik blijf optimistisch. Ik zal haar vinden, die niet onknappe, gezond gekke vrouw die wel van een loopje of een fietstochtje, maar ook van een lekker bord eten en een goed glas wijn houdt. Of zij vindt mij, natuurlijk. Om het haar alvast iets eenvoudiger te maken: je herkent me aan de wanhopige jongehondjesblik als onze ogen elkaar kruisen. En aan de Barcelona-sjaal. Geloof me, deze zomer zit ik gewoon met haar aan tafel in een smakelijke Italiaanse trattoria. Om daarna van ons zelfgemaakte dessert te genieten in een iglotentje op de camping. In afwachting zet ik Scent of a woman nog eens op in mijn zetel. Van Al Pacino kan ik zeker nog wat leren.

destandaard.be

16:24 Gepost door De Redactie in samenleving | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.