13-02-11

Moslimbanken

Of we het nu willen of niet: eten kost geld, gezondheid vraagt om financiele steun en het onderwijs valt ook onder de financieringswet. Ik heb het nu niet over Belgie, daar zitten we op rozen, ook al hebben we geen regering, of misschien juist omdat we geen regering hebben. Wij komen op straat om een regering te krijgen, terwijl ze elders willen dat de regering opstapt. Staan we een stap verder of valt dit onder de noemer van : 'het is nooit goed'?


De aanhef zou u op een verkeerd been kunnen zetten. Dit artikel gaat niet over regeringen of belastingen of communautaire problemen, het gaat over het Islamitische bankwezen. Heu? Hoor ik u al de wenkbrauwen fronsen, 'is ze daar nu weer met die ver van mijn bedshow?'

Nee hoor, ver van uw bed is het niet, want ik ben ervan overtuigd dat armoede, honger en analfabetisme u echt aan het hart ligt. Als deze dingen kunnen opgelost worden in het land van oorsprong, zijn we toch op de goede weg? Ook is het een bezinning over het bankwezen zoals wij het kennen. Er is wel degelijk een ander systeem. Tijd om iets bij te leren, dus.

Eerst een woordje uitleg over het ons totaal vreemde principe van een Islamitische bank en zijn religieuze regels en wetten.

Islamitisch bankieren is een banksysteem gebaseerd op de Islamitische wet Sharia. Practisch is het gebaseerd op de Islamitische economie en samenleving. Shariah verbiedt om intresten te verdienen op een lening of krediet, alleen in bepaalde omstandigheden is het toegelaten. Ook investeringen in zaken, bedrijven, ondernemingen die niet overeenkomen met de principes van de Sharia, zijn verboden. Deze principes werden gevormd in de floriserende economie in de gouden islamitische tijd. In de 20ste eeuw werden deze principes terug ingevoerd in het Islamitische bankwezen.

In de 8ste en 12de eeuw, de gouden islamitische era, werd een avant la letre capitalisme en vrijemarkt economie uit de grond gestampt, het zogenaamde Islamitisch capitalisme. De basisprincipes waren dat de monetaire economie vooral stabiliteit moest brengen in de munt (de dinar) en dat deze munt onafhankelijk moest blijven van de staat en semi-private ondernemingen. Zo werd de ondernemende wereld onafhankelijk van de staat en uit handen gehouden van de politiek. Ook in Europa in de middeleeuwen en iets daarna (13de eeuw) was dit het geval.

Goud en zilver was de standaardmaat van de munt (gouden dinar). Uit dit gegeven groeide de logische verklaring dat een dinar een equivalent had van deze edele metalen. Men kon 1 dinar dus niet verhogen in goudwaarde, aangezien men wel goud niet kan creeeren uit lucht. Daarom was een surplus vragen voor het gebruiken (lenen) van 1 dinar niet logisch. Een intrest vragen werd wel toegelaten onder bepaalde omstandigheden. Als de munt niet gebaseerd was op goud en toch een waarde hadden, zoals papier en andere metalen, kon men een intrest vragen. Ook kon men voor een lening van 1000 gouden dinars  er 1050 terugvragen, als die 1050 hetzelfde gewicht hadden als de eerste 1000. In die tijd was het vaak zo dat niet alle munten (met dezelfde numerieke waarde) met hetzelfde gewicht werden geslagen.

Het moderne Islamistisch banksysteem 'vrij van intrest' is eerder nieuw. In 1946 vindt men de regels van een reorganisatie van het bankwezen op basis van 'winst deling' ipv 'intrestwinning'. De verschillende schrijvers over dit principe (jaren '40-50) spreken over de nood om het commerciele bankwezen uit de handen van het kwaad te houden. Zij stelden een systeem voor gebaseerd op winst- en verliesdelend. (Mydarabha)

Jonge moslim economisten en vooral de politiek in Pakistan kregen interesse in dit intrest-vrije bankieren. (jaren '50-70). In de jaren 70 kreeg deze manier van banking een institutionele inmenging. Moslim regeringen namen de theorie over en het resultaat was dat deze banken zich invoegden in het stablishment. Het eerste moderne experiment met deze islamitische manier van banken werd genomen in Egypte in de jaren '60. Ahmad Elnaggar stichtte een spaarbank in Egypte op het principe van profit-sharing in 1963.

In de jaren '70 openden er Islamitische banken op het Sharia systeem in Dubai en andere Golfstaten. Zij baseerden zich eerst op sparen en profit-sharing investeringen, de laatste jaren zijn hun diensten enorm uitgebreid.

Het islamitisch banken heeft een jaarlijkse groei van 10-15 %, er zijn Islambanken in meer dan 51 landen. Ook in de verzekeringswereld staan zij hun mannetje en blijven ze trouw aan de islamitische principes. Voorbeelden zijn ook te vinden in de Verenigde Staten zoals de Michigan University Bank. Volgens de CIMB group zijn de islamitische financiele instellingen de meest groeiende ter wereld. Het Vatikaan stelt dat het idee van het islamitische bankieren een antwoord kan zijn op de crisis in de financiele wereld.

Een Islamitische bank werkt zoals een conventionele bank, alleen heeft het tijdens zijn operaties een paar andere regels, de Shariah regels. Het principe berust op het verdelen van winst en verlies en het verbod om winst te maken zonder dat er een dienst geleverd is. (Riba) Daarom wordt de dienst 'leasing' veel gebruikt. De bank leent geen geld aan mensen die iets willen kopen, zij kopen het zelf en laten het de mensen gebruiken. Er kunnen nooit verhogingen optreden in de 'afbetaling' als er te laat betaald wordt. Dit valt dan weer onder het 'verrijken zonder leveren van een dienst'.

Op het eerste gezicht lijkt er niet veel verschil met de leningen die wij gewoon zijn. Toch zijn er verschillen: een huis wordt door bank en 'koper' gekocht met een partnership contract. De bank koopt het huis dat daarna van de twee partijen is, de koper betaalt zijn huis af in vorm van een huur. Deze huur wordt door de bank belegd en de intrest wordt onder de twee partijen, koper en bank, verdeeld. Met deze opbrengst, koopt de koper de bank terug uit, zodat het na de transactie volledig van hem is. Een krediet aan een bedrijf wordt gegeven met een variabele intrestlening. De variabele intrest wordt berekend naargelang de winst van het bedrijf. De intrest van de bank is dus gelijkwaardig met de winst van het bedrijf. Dit principe houdt in dat de ondernemer die voor werk zorgt en hiervoor financiele steun nodig heeft, het risico niet alleen moet dragen, de bank neemt een deel van het risico en een deel van de winst over. Dit principe tussen kapitaal en werk reflecteert de Islamitische visie dat de lener die bijdraagt tot de verbetering van de samenleving (werkgever) niet alleen het risico moet lopen. Er is een balans in evenwaardige spreiding van inkomen en hierdoor kan een kredietinstelling ook de economie niet monopolizeren.

Er zijn ook andere beperkingen. Zo mag een islamitische bank niet investeren in alcohol, varkensvlees, gokken...enz (gokken is ook verboden op dit principe: je mag geen geld vragen als je geen dienst geleverd hebt). Banken zoals de Grameen Bank in Bangladesh (microfinancieren van kleine ondernemingen) en de 'goatbanking' door andere instellingen, zien zichzelf als islambankers, terwijl zij door de grote islamistische banken niet echt zo gezien worden. (Goatbanking werd eerder in deze krant uitgelegd)

 

Nu gaan we terug naar de orde van de dag. Deze uitleg was nodig om het volgende artikel beter te kunnen begrijpen.

Uganda krijgt steun van drie grote Islambanken uit het Midden Oosten. Zij stellen voor om het Shariah principe in hun conventioneel banksysteem in te brengen.

"Investeerders van het Midden Oosten kunnen zo investeren in dit land en gebruik maken van gewone lokale banken om dit te doen." Dit zegt Grace Stuart Ndyareeba, de directeur van de commerciele Bank of Uganda in een intervieuw in Jakarta deze vrijdag. Zij wilde wel de banken niet vernoemen. De Afrikaanse staat is bereid om de bankwetgeving te veranderen zodat kredietgevers die onder een Islamitische wet moeten werken, kunnen opereren in hun land. Zij willen leren uit het experiment van Indonesie dat dit reeds met succes toepast. Zuidoost Azie is de grootste en belangrijkste wereldeconomie die zich vooral richten op achtergestelde landen. Zij hebben tevens een grote Moslim bevolking. Uganda wil de verandering van zijn bankwetten erdoor krijgen in 2012.  

Mulindwa, directeur Equity banking Uganda, zegt dat ze de veranderingen reeds bestudeerd hebben en dat de islamitische regels qua bankieren geen grote amandementen vraagt. 12% van de Ugandese bevolking is Moslim. "De vraag om Islamitische financiele steun gebaseerd op de Shariah, komt van de mensen zelf, wij maken het mogelijk om deze nood in te vullen."

 

De commentaren zijn gesloten.