13-02-11

Globalisatie: deel VI

Deze week leggen we de loep op de Filipijnen. Het lijkt een aards paradijs. Witte stranden, wuivende palmbomen, kristalblauwe zee. Wie droomt er niet van om op zulk strand zijn droomprins tegen te komen? Verschillende supermachten door de eeuwen heen vonden deze eilandengroep ook uiterst interessant. We kijken even hoe de Spanjaard er zich thuisvoelde.

filipijnen_3111.jpg

De Filipijnen zijn een eilandengroep, dus geen gebrek aan stranden. Vroeger,duizenden jaren geleden, waren zij nog een geheel met Borneo. De zee lag toen heel wat lager. De oudste gevonden bewijzen van menselijke bewoning in de Filipijnen, zijn de fossielen van het eiland Palawan in het westen van de Filipijnen. Deze resten van een vrouw dateren van 28.000 jaar geleden.

De eerste Filipino's hielden zich in leven met jagen en verzamelen. Toen in latere millennia de zeespiegel weer steeg, ging de migratie van mensen naar de Filipijnse archipel door met behulp van kleine bootjes. De zogenaamde barangays. De naam komt nu nog terug in de kleinste politieke eenheid van de Filipijnen, de barangay. Deze nieuwe bewoners verjaagden de oorspronkelijke bewoners richting de bergen en vestigden zich langs de kustgebieden.

Naast jagen en verzamelen werden nu ook dieren gehouden en gewassen geteeld. Een mooi voorbeeld van deze vroege vormen van landbouw is nog steeds terug te vinden in het noorden van de Filipijnen, waar de beroemde rijsterrassen van de Cordillera inmiddels zo'n 3000 jaar oud zijn. Ze worden nog steeds bewerkt door de oorspronkelijke bergbewoners Ifugao.

Aan de kust werd rond die tijd ook al op beperkte schaal handel gedreven met volkeren uit alle windstreken, zoals Indiërs, Chinezen, Maleisiërs en Arabieren. Deze laatste groep introduceerde in de 14e eeuw de islam in de Filipijnen. Diverse sultanaten werden gesticht, zoals op de Sulu archipel in het zuiden en later ook op de locatie van het huidige Manilla. Sultan Sulayman stichtte hier Maynilad, genoemd naar de Nilad planten. Dit waren mangrove planten die langs de oever van de Pasig rivier groeiden.

Een van de oudste door de Spanjaarden gebouwde kerken in de Filipijnen

In 1519 vertrok de Portugees Fernão de Magalhães in opdracht van de Spaanse koning Karel I richting de Molukken via de nog niet ontdekte westelijke route. Na een lange toch kwam hij op 16 maart 1521 met drie overgebleven schepen aan op het Filipijnse eiland Samar. Magalhães noemde de archipel: Eilanden van de heilige Lazarus. Op Cebu aangekomen op 7 april 1521 begon Magalhães met de bekering van de lokale inwoners tot het Katholicisme . Tijdens gevechten met de lokale koning Lapu-Lapu op 27 april 1521 op het nabijliggende eiland Mactan werd Magalhães echter gedood . Na terugkeer van het enige schip van de expeditie die de reis rond de wereld zou volbrengen de Victoria op 6 september 1522, zou Spanje tussen 1522 en 1543 nog vier maal een expeditie uitrusten richting de Filipijnen. Tijdens de expeditie van 1543 onder leiding van Ruy López de Villalobos werd het land Las Islas Filipinas genoemd naar de toenmalige kroonprins en latere koning van Spanje Filips II.

Precies 44 jaar na de dood van Magalhães zou een expeditie onder leiding van Miguel López de Legazpi op 27 april 1565 de eerste Spaanse nederzetting realiseren op Cebu (eiland) die in eerste instantie San Miguel werd genoemd. Deze nederzetting werd later Cebu City. Het zou de hoofdstad van de Filipijnen worden tot 1571. Gedurende de jaren die volgden zouden de Spanjaarden onder aanvoering van Legazpi de grip op de archipel steeds verder verstevigen. In 1570 werd het strategisch gelegen islamitische bolwerk Maynildad (het tegenwoordige Manilla) veroverd op de Moro's door een expeditie onder leiding van Martin de Goiti. Legaspi volgde het jaar erop en de stad werd op 24 juni 1571 door de Spanjaarden uitgeroepen tot de hoofdstad van de Filipijnen. Een jaar later was bijna de gehele Filipijnen door de Spanjaarden onderworpen met uitzondering van Mindanao, de Sulu-eilanden en de berggebieden van Luzon.

In de 18e eeuw bleek dat de Spaanse machthebbers op de Filipijnen kwetsbaar waren voor een aanval door een Europese macht. De Spanjaarden hadden al die jaren de verdediging van het land verwaarloosd, omdat er vanuit gegaan werd dat het land door de afgelegen ligging gevrijwaard zou blijven van ene serieuze aanval door een andere Europese macht. De Spanjaarden hadden sinds hun komst slechts te maken gehad met aanvallen door de Moslims (moro's) uit het zuiden, de Chinezen en diverse kleine aanvallen door de Hollanders. Toen Spanje echter tijdens de Zevenjarige Oorlog de kant van de Fransen koos vielen de Britten in 1762 Manilla binnen. De stad werd geplunderd en bezet. In 1764 kwam de stad weer in Spaanse handen, na de Vrede van Parijs uit 1763.

Eind 19e eeuw begon het lokale verzet tegen de Spaanse overheersing steeds georganiseerdere vormen aan te nemen. La Liga Filipina werd opgericht. De intenties van deze organisatie waren vreedzaam. De Spanjaarden oordeelden echter dat het een gevaarlijke organisatie betrof en op 6 juli 1892 werd haar leider José Rizal gearresteerd en verbannen naar Dapitan op Mindanao. La Liga Filipina viel uiteen in een gematigde en een meer radicale beweging. Het radicale deel onder leiding van Andres Bonifacio begon in 1896 met een gewapende opstand tegen de Spanjaarden. Doel van deze Filipijnse revolutie was een onafhankelijke Filipijnen. Dr. José Rizal werd door deze organisatie beschouwd als erevoorzitter.

De Spanjaarden besloten vervolgens Rizal op 30 september 1896 te executeren, hetgeen alleen maar als olie op het vuur van de opstand bleek te werken. De opstandelingen wonnen op diverse locaties gevechten met de Spanjaarden, maar uiteindelijke moesten ze zich terugtrekken in de bergen en werd het pact van Biak-na-Bato gesloten op 14 december 1897 tussen de Spanjaarden en de Filipino's. De nieuwe leider van de Katipunan beweging Emilio Aguinaldo ging samen met een groot aantal andere leiders van de opstand vrijwillig naar Hongkong in ruil voor een grote som geld. In 1898 raakte Spanje in oorlog met de Verenigde Staten. Onder leiding van een inmiddels teruggekeerde Aguinaldo lukte het de Filipino's om samen met een vloot van de Amerikanen, onder leiding van George Dewey, Manilla ook in handen te krijgen. Op 12 juni 1898 werd de Filipijnse onafhankelijkheid uitgeroepen in Cavite. De Verenigde Staten waren echter niet van plan de Filipijnse onafhankelijkheid te erkennen. Tijdens vredesonderhandelingen in Parijs werd de Filipijnen aan de VS verkocht door Spanje waardoor er een einde kwam aan de meer dan driehonderd jaar durende Spaanse overheersing van de Filipijnen.

 

12:32 Gepost door De Redactie in cultuur, samenleving | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.