20-01-11

Confus(ed)sius luisteren

Something about human rights just doesn't translate for Chinese President Hu Jintao.

President Obama granted him the full state-dinner treatment that President George W. Bush denied him five years ago - but in return, Hu had to put up with a news conference, which he had refused to do when Obama visited China. For a repressive ruler, facing a free press is about as pleasant a prospect as attending the Nobel Peace Prize ceremony.

After the leaders' standard opening statements full of the blah-blah about bilateral cooperation, the Associated Press's Ben Feller rose and asked a gutsy, forceful question.

"Can you explain to the American people how the United States can be so allied with a country that is known for treating its people so poorly, for using censorship and force to repress its people?" he asked Obama. And to Hu: "I'd like to give you a chance to respond to this issue of human rights. How do you justify China's record, and do you think that's any of the business of the American people?"

Obama answered. The translator translated. All eyes turned to Hu - who said nothing.

Instead, he looked to a woman from China Central Television - the state-run network that answers to the Communist Party's propaganda department - who tossed him a softball about "friendship and mutual understanding."

But the next questioner, Bloomberg's Hans Nichols, gave Hu a lesson in press freedoms. "First off, my colleague asked you a question about human rights which you did not answer," the lanky newsman advised the Chinese strongman. "I was wondering if we could get an answer to that question."

In Beijing, that impertinence would get a reporter jailed. But Hu wasn't in Beijing. During the translation of Nichols's question, Hu held a palm up and smiled, as if he couldn't see what all the fuss was about. "Because of the technical translation and interpretation problem, I did not hear the question about the human rights," he explained - falsely, as it turns out.

ad_icon

It was a good moment for the American press. Feller and Nichols put the Chinese leader on the spot in a way that Obama, constrained by protocol, could not have done. The White House press corps has at times been too gentle on Obama (recall the adulatory pre-Christmas news conference), but on Wednesday afternoon, Obama and the press corps were justifiably on the same side, displaying the rights of free people.

For reporters, it was a second time in a week they were unexpectedly allied with the White House against foreigners suspicious of American freedoms. In the White House briefing room last week, a reporter from Russia's state-run Itar-Tass news agency hectored press secretary Robert Gibbs about the Tucson shooting, asking if too much freedom was to blame. Reporters, though they spend their days quarreling with Gibbs, very much supported his sharp refutation of the Russian's challenge.

De Chinese president is op bezoek in de Verenigde Staten. Heel de wereld kijkt toe hoe deze twee machtstaten al of niet naar elkaar luisteren. Zij staan filosofisch lijnrecht tegenover elkaar. Wie van de twee het bij het rechte eind heeft, is moeilijk te zeggen. Er zijn wantoestanden in beide landen te vinden. Het grote verwijt naar China toe is de vrijheid van mening en expressie. Dat zou in de Verenigde Staten het grootste goed zijn. Hoewel ook daar de media beheerd wordt door een handvol managers.

De persconferentie waarbij de beide staatshoofden hun gesprekken onderling toelichtte verliep qua vertaling een beetje in het honderd. De Chinese delegatie wilde een doorlopende vertaling, zonder onderbrekingen, deze vertaling neemt het dubbel van de tijd in beslag. Waarom de Chinesen deze 'doorlopende vertaling' wensen, is niet helemaal duidelijk. De Amerikaanse pers kreeg er een idee van toen Hu over de mensenrechten in zijn land begon. Toen een journalist, Feller, de vraag over mensenrechten stelde, antwoordde Obama terwijl Hu een beetje rondkeek en naar zijn oor wees. Een assistent kwam naar hem toe en fluisterde iets in zijn oor. De vraag van Feller werd in het Chinees letterlijk aan hem vertaald. Toch negeerde Hu de vraag en gaf iets meer uitgebreid een antwoord dat hij aflas van zijn documenten, incluis met statistieken en cijfers.

Het was een voorbereid antwoord, schreven de Amerikaanse persmensen. Ze drongen aan op een meer spontaan antwoord. Na de herhaling van de vraag, kon Hu het niet meer steken in het verliezen van vertaling. "China is een land in volle ontwikkeling met een zeer grote bevolking. Onze ontwikkeling is op een cruciaal kruispunt aangekomen," zei hij. "In die context confronteert China nu een hoop uitdagingen op economisch en sociaal vlak en er is nog veel werk, inderdaad, aan de mensenrechten."

Dit artikel stond in de Washington Post. Hier zien we een duidelijke kloof tussen de twee staten en hun bevolking. Zelfs de manier waarop ze naar elkaar luisteren en met elkaar spreken. Beide landen zijn sociaal geen utopia te noemen, toch is het bij het ene land verpakt in een meer 'vrijheidsgetinte expressie' dan in het andere. Of het daarom beter is in het ene dan in het andere, laat ik in het midden. Het feit dat de Chinese president de vrije pers van het Westen confronteert, is een uitdaging die hij aanging en een van de uitdagingen die hij vermelde in zijn antwoord. Dat men een beetje moet aandringen, is niet abnormaal. Ook aan onze politiekers moeten we vaak dezelfde vraag twee of drie keer anders stellen om een eerlijk of iets meer relevant antwoord te krijgen.

De culturele verschillen negeren in een persconferentie is een grote fout. Als we kijken naar de filosofische stromingen in China, kunnen we daar weinig vergelijkend materiaal vinden in onze meer practische confronterende onpassionele westerse manier van denken. Zelfs de redactie ondervindt in de Latijnse wereld een groot verschil van vragen en antwoorden dan bij ons. Hiermee zouden journalisten zeker rekening mee moeten houden om de antwoorden aan te voelen en niet klakkeloos over te schrijven of vrij naar eigen achtergrond en cultuur te interpreteren.

Confusius'leer drukt een grote stempel op de Aziatische manier van handelen en denken. Ook in het Taoisme zien we een manier van antwoorden dat een reflextie geeft van je eigen vraag. Vaak zit volgens deze filosofen het antwoord in je eigen vraag en verwacht je niet echt een antwoord van de andere. Een taoïst probeert zich niet te verzetten tegen de loop der dingen, maar daar spontaan en wel bewust in mee te gaan.

carrying.gifIn het confucianisme betekent rechtvaardigheid (Yi) het niet handelen uit eigen belang als het ook niet in het belang van anderen is. Het betekent dat men voor het grote goed handelt, bijvoorbeeld voor gezin, familie, de maatschappij of vaderland. Een rechtvaardig iemand beschouwt het belang van anderen ook als zijn eigen belang. Wanneer een rechtvaardig rijk iemand tijdens een hongersnood bijvoorbeeld graan zou kopen en het verdelen onder armen om de hongersnood tegen te gaan, dan zou dat er voor hem voor zorgen dat zijn arme medemensen zouden overleven en zijn bezittingen niet zouden gaan stelen en in opstand komen. Op die manier speelt rechtvaardigheid ook in het eigen belang door rechtvaardig te handelen.

Fatsoen

Confucianisten verstaan onder fatsoen (Li) 'juist handelen op het juiste moment'. Door anderen fatsoenlijk en hoffelijk te benaderen, niet overhaast te handelen, en nooit te spreken zonder eerst na te denken, kan men conflicten voorkomen en voor een harmonieuze verstandhouding zorgen. Dit geldt onder gezinsleden, tussen families of verschillende naties.

Trouw

Het concept 'trouw' (Chun) betekent in het confucianisme meer dan het bereid zijn jezelf op te offeren voor je land. In het confucianisme geldt 'trouw' ook binnen het gezin en familie en kan dit betekenen dat men de voorkeur eraan geeft om familieleden aan te werven. In een bredere zin kan 'trouw' ook inhouden dat men een beroep uitoefent dat de gemeenschap ten goede komt en voor diensten zorgt die niet van overheidswege worden voorzien, bijvoorbeeld liefdadigheid. Loyaliteit is dus niet een deugd die men enkel in tijden van oorlog terugvindt, maar ook in tijden van vrede; in iedere situatie en elk aspect van het leven.

Wederkerigheid

Het principe van wederkerigheid (Shu) kan misschien het best worden omschreven als een vorm van wederzijds respect. Het confucianisme ziet mensen minder als aparte individuen, maar eerder als personen die verwikkeld zijn in een complex web van relaties. Iedere relatie houdt wederzijdse verstandhouding en handelingen in waarbij elke persoon zijn rol goed moet vervullen. Zo moeten kinderen hun ouders gehoorzaam zijn, maar moeten ook de ouders hun rol goed vervullen door het kind goed op te voeden en met liefde te behandelen. Opdat de relatie tussen ouders en kinderen goed zou functioneren, moeten beide kanten hun respectievelijke rollen dus zo goed mogelijk vervullen. Op een hoger niveau betekent dit principe dat burgers loyaal aan hun land en volk moeten zijn en de wetten moeten naleven, terwijl de overheden van hun kant de burger veiligheid, economische stabiliteit en rechtvaardigheid moeten garanderen. Volgens het confucianisme heeft een rechtvaardig persoon het recht om te rebelleren tegen onrechtvaardige heersers, omdat die op dat moment hun plichten niet nakomen en dus de onderlinge relatie niet wederkerig is.

16:49 Gepost door De Redactie in actualiteit, cultuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.