11-01-11

Wat zijn staatsobligaties

Een staatsobligatie (ook wel staatslening) is een obligatie aangegaan door een overheid. Dit agentschap trekt langlopende en kortlopende leningen aan om het financieringstekort van het Rijk te dekken.

Een aantal keren per jaar plaatst het Agentschap langlopende staatsleningen op de openbare kapitaalmarkt. Beleggers kunnen daarop inschrijven. Hieronder wordt daar verder op ingegaan:

Bij de staatslening van 15 februari 1993 is het toonbanksysteem ('over the counter'- systeem) toegepast. De inschrijving stond vanaf 18 januari open op beursdagen van 8.30 tot 17.00 uur. De koers van uitgifte wordt dagelijks vastgesteld en beleggers kunnen opgeven voor hoeveel ze willen inschrijven. Het Agentschap kan de uitgiftekoers verhogen als er veel belangstelling bestaat. Vanzelfsprekend wordt daarbij rekening gehouden met de rendementen van al bestaande staatsleningen op dat moment. Op elk gewenst ogenblik kan de inschrijving worden gestopt. Het voordeel van dit systeem is, dat beter op de markt kan worden ingespeeld dan bij het tendersysteem.

Bij het tendersysteem maakt het Agentschap bekend tegen welke rente men wil gaan lenen, maar de koers van uitgifte van de lening wordt pas na afloop van de inschrijving vastgelegd. Beleggers geven via hun bank of commissionair door voor welk bedrag zij tegen ten hoogste welke koers (de limietkoers) willen afnemen. Naarmate zij de staatslening aantrekkelijker vinden, zullen ze tegen hogere limiet-koersen inschrijven. Na sluiting van de inschrijving maakt het Agentschap een overzicht waaruit blijkt voor welk bedrag bij verschillende koersen is ingeschreven.

Bij de keuze van de uitgiftekoers geldt dat een lagere koers een grotere opbrengst levert, maar dat dan relatief duur wordt geleend. Immers, stel dat bij een 7% lening de uitgiftekoers op 98% wordt bepaald. Dan ontvangt het Rijk per obligatie van nominaal € 1000 een bedrag van €980. Er moet jaarlijks €70 (7% van €1000) rente worden vergoed. Dat is dan 7,14% (70/980) x 100%. Neem aan dat de uitgiftekoers op 101% is gesteld. Beleggers die een lagere limiet hadden opgegeven, vissen achter het net. Beleggers die 101 hadden opgegeven krijgen hun inschrijving toegewezen afhankelijk van het toewijzingspercentage. Beleggers die een limiet hoger dan 101% hadden opgegeven, hebben geluk. Zij zien hun inschrijving toegewezen tegen de koers 101%, dus lager dan ze bereid waren te betalen. Het Agentschap hanteert soms combinaties van toonbankuitgifte en tendersysteem.

De rente die jaarlijks wordt betaald over de nominale waarde van de obligatie, de couponrente. Bij een obligatie van €1000 wordt in dit geval per jaar €70 aan rente betaald.

De nominale waarde wordt terugbetaald - er wordt à pari afgelost -volgens een bepaald aflossingsschema dat vastligt in de leningsvoorwaarden. De 7% Staatslening van 15 februari 1993 wordt op 15 februari 2003 in zijn geheel afgelost. Internationaal heeft men een voorkeur voor dit soort zogeheten 'bullet'-leningen. Het komt ook voor dat tussentijds wordt afgelost waarbij een loting bepaalt welke obligaties daarvoor in aanmerking komen.

De maatstaf waarmee een renteverschil tussen leden van de EU zone verschilt, is de indicator voor het vertrouwen in dat land. De Duitse staatsobligaties worden als de veiligste van de eurozone beschouwd en kunnen daardoor een lagere rente bieden. Hoe dichter de Belgische rente aanleunt tegen de Duitse, hoe groter het vertrouwen in de Belgische staat. Net voor de verkiezingen rezen daarover heel wat twijfels. Er werd druk gespeculeerd op Belgisch overheidspapier en sommigen vreesden een Grieks scenario. Het verschil tussen de rente van Duitsland en een ander land, noemt men de spread. Hoe groter de spread, hoe minder vertrouwen in het land met de hoogste rente. Deze week loopt de spread voor Belgie op. De rente werd gezet op 4.24 de Duitse staat op 2.84.

Staatsobligaties kopen is nu dus beter dan een spaarboekje. Staatsobligaties worden steeds populairder. Ze worden bij de 'zekere' beleggingen gerekend in deze roerige tijden. Toch is dit dan weer een mes met twee lemmetten. Als de vraag stijgt, daalt het rendement. De winst staat meestal gelijk met de inflatie. Waardoor het duidelijk wordt dat de winst zeer klein is. Uiteraard bij geen winst, heb je wel je basiskapitaal terug. Nu de percent op Belgische obligaties boven de 4% ligt, worden ze interessant. Toch is hier ook weer een gevaar aan verbonden. Als de staatsobligatie heel populair wordt, kan de waarde dalen, waardoor de beleggers wel van hun basiskapitaal verliezen.

Een staatobligatie helpt een staat om zijn schulden af te betalen. Ook dat is dan weer helpen om een staat gezond te maken, dit uiteraard als het hand in hand gaat met een goed beheer van staat en schuld. Ook andere landen kunnen staatsobligaties kopen, zoals Japan aankondigde zullen zij Euro aandelen kopen om de schuld van Ierland te helpen verlichten. Dit geeft tevens een steun aan de euro zelf. Landen doen dit omdat ze ook gebaat zijn met een sterkere euro, of tenminste een stabiele euro.

 

De commentaren zijn gesloten.