11-11-10

Ballet van Vlaanderen

Het Koninklijk Ballet van Vlaanderen werd opgericht in 1969. Het is het enige klassieke balletgezelschap dat België rijk is. Het seizoen 2005-06 was het eerste onder de leiding van Kathryn Bennetts. Haar voorgangers waren Jeanne Brabants, Valery Panov en Robert Denvers.

Bennetts heeft de beschikking over een gezelschap vol talentrijke, enthousiaste en gedisciplineerde internationale artiesten. Met respect voor het verleden en geestdrift voor de toekomst wil Bennetts een evenwicht creëren tussen vernieuwing en traditie, gekoppeld aan de bereidheid en openheid om ballet in relatie tot de huidige samenleving te ontplooien.

Het Koninklijk Ballet van Vlaanderen (1 december 1969, Antwerpen) is het grootste gezelschap voor (hedendaagse) klassieke dans en ballet in België.

Het Ballet van Vlaanderen wordt in 1969 door Jeanne Brabants opgericht in Antwerpen en zal uitgroeien tot de grootste compagnie voor klassieke dans in België. In 1976 mag het ballet zich het ‘Koninklijk Ballet van Vlaanderen' noemen. In 1984 gaat Brabants op pensioen en wordt ze opgevolgd door de Russisch-Israëlische choreograaf Valery Panov.

Het Koninklijk Ballet van Vlaanderen toert internationaal en brengt hoofdzakelijk repertoirewerk. Wanneer Robert Denvers Panov opvolgt in 1987, verandert de identiteit van het gezelschap ingrijpend. Hij verlegt de accenten naar avondvullende voorstellingen: van traditioneel repertoirewerk zoals Don Quichote en Romeo en Juliet, tot ingrijpende bewerkingen zoals Het Zwanenmeer van Jan Fabre. Verder trekt hij choreografen aan voor nieuwe creaties met een hedendaagse toets, zoals Danny Rosseel, Marc Bogaerts, Maurice Wainrot en Christopher d'Amboise.

In 2005 wordt Denvers opgevolgd door een tweekoppige artistieke leiding. De Australische Kathryn Bennetts wordt artistiek directeur en de Belg Jan Nuyts wordt haar assistent. Zij brengen het KBvV in een nieuwe artistieke koers, waarbij er meer aandacht wordt besteed aan hedendaags klassiek repertoire van onder meer William Forsythe. Kathryn Bennetts kan bogen op een internationale danscarrière. Na een startperiode bij het Australian Ballet, vervoegde ze het Stuttgarter Ballett waar ze opklom tot soliste. Sindsdien legde ze zich toe op het lesgeven en werd ze de rechterhand van William Forsythe en zijn Ballett Frankfurt. Jan Nuyts was voorheen artistiek directeur van Yuu Kikaku Ltd, gevestigd in Tokyo.

Binnen de structuur van het Ballet werd in 1985 ook een afdeling Musical opgezet, met Linda Lepomme als artistiek directeur. Er werden zowel Nederlandstalige versies van musicals zoals Jesus Christ Superstar, Evita of West Side Story gebracht, als nieuw werk zoals Dear Fox en Sacco & Vanzetti, maar ook meer uitdagend werk als de musicals van Stephen Sondheim. Na het dichtdraaien van de subsidiekraan werd de musicalafdeling opgedoekt.

Het Koninklijk Ballet van Vlaanderen heeft haar permanente basis in Theater 't Eilandje in Antwerpen, waar ook de studio's, de ateliers en de repetitieruimtes zijn ondergebracht.

 Waarom reageert het Ballet van Vlaanderen zo gepikeerd op de samenwerking met de Vlaamse Opera? Het vraagt toch al jaren om synergie met andere organisaties?

Het plan van minister van Cultuur Joke Schauvliege (CD&V) wil orkesten laten samenwerken en wil van de Vlaamse Opera en het Ballet van Vlaanderen één 'clusterorganisatie' maken. De orkesten reageren afwachtend (zie inzet), het ballet heeft geen oren naar een clustering. Kathryn Bennetts, de energieke Australische die de troep opnieuw elan gaf, is het beu om 'van crisis naar crisis te gaan' en 'een aanhangsel van de opera' te worden.

Men kan zich vragen stellen bij deze reactie. Wat kan er in tijden van beperkte budgetten en hogere efficiëntie tegen zijn om synergieën na te streven? En was het ballet zelf al niet lang vragende partij voor samenwerking?

Voordat globetrotter Kathryn Bennetts in Antwerpen neerstreek, was het Ballet van Vlaanderen in een onzalig isolement gesukkeld. Weinig uitstraling, braaf programma, amper panache. Programmatoren stonden niet meteen in de rij om hun podium aan te bieden. Toen Bennetts als ex-rechterhand van William Forsythe de rechten kreeg op spannende choreografieën, had ze de ambitie om die in de grote zalen te tonen. Wereldwijd, maar ook bij ons. Premières wou ze in de Vlaamse Opera; deSingel, het Concertgebouw en Théâtre National werden speelplekken.

Goed nieuws, ware het niet dat het ballet voor sommige van die plekken zaalhuur moest betalen. In 2009 spendeerde het daar 80.000 euro aan. Een beetje ridicuul, natuurlijk, dat de ene Vlaamse instelling de andere moet betalen.

Geef ons per seizoen drie keer twee weken podium in de Antwerpse opera, en één blok in de Gentse opera, vroeg het ballet. En stel ons een van de vier gesubsidieerde orkesten ter beschikking voor de muziekuitvoering. Nu betaalt het ballet voor die muzikale ondersteuning. In 2009 was dat 180.000 euro.

Waarom dient Kathryn Bennetts dan haar ontslag in? En waarom heeft het gezelschap, 52 dansers, dan een gezamenlijke open brief geschreven aan minister Schauvliege? Daarin zeggen ze dat hun organisatie al drooggesaneerd is, dat het plan opgelegd wordt en dat de aanhechting bij de opera terug naar af is.

Levenswerk

Dat laatste is historisch juist. Grote opera's, zoals de Munt en de Vlaamse Opera, hadden vroeger een eigen ballet. Dat diende om divertimentjes ten beste te geven tussen de bedrijven en wat beweeglijke scènes aan te leveren. Het levenswerk van Jeanne Brabants, die het Ballet van Vlaanderen oprichtte, was precies om het tot een zelfstandige entiteit uit te bouwen en een eigen koers te laten varen.

De vrees zit er goed in om opnieuw in die ondergeschikte positie te belanden. De opera heeft per seizoen zeven premières, het ballet twee. Dat zegt al iets over de verhoudingen. Bennetts, die onder de intendant van de opera zou werken, vreest dat haar ballet zich zal moeten schikken naar het programma van de opera. Heden Rimsky-Korsakov? Tiens, heeft die ook niet voor ballet geschreven?

Hoewel het plan Schauvliege zegt van even grote budgetten uit te gaan, leeft onderhuids de vrees dat er synergievoordeel nagestreefd wordt. Het ballet is de voorbije jaren al tot op het bot afgeschraapt. De historische schuld van drie miljoen euro (in 2008) is teruggeschroefd tot 1,2 miljoen euro. Om niet te raken aan de compagnie zijn uit de omkadering acht mensen ontslagen. Aan lonen uit de overhead alleen al is 400.000 euro bespaard.

Maar nog het meest vreest dit ballet zijn flexibele werking te moeten opgeven. De ploeg decorbouwers en technici reist wereldwijd mee met de compagnie. Daarop inboeten is een optie, weliswaar met een belangrijke keerzijde: vorig seizoen beurde het ballet 422.000 euro uit zijn internationale tournees. Het ballet is dus niet tegen synergie. De reactie is fel omdat het zijn onafhankelijkheid en artistieke koers dreigt te zien onderslibben.

De orkesten reageren afwachtend en kritisch op het ‘clustervoorstel' dat de mobiliteit van de orkestmusicus moet verhogen.

Er komt geen fusie van de grote orkesten. Niettemin blijven er veel vraagtekens bij het nieuwe scenario van ‘poolvorming' waarbij De Filharmonie, de Vlaamse Opera en Brussels Philharmonic betrokken zijn.

De drie moeten afspraken maken over ‘harmonisering en uitwisselbaarheid van musici', zo legt de Vlaamse regering hen op. Minister Schauvliege (CD&V) mikt daarbij op een verhoogde efficiëntie van de orkesten, zonder dat er musici afvloeien. DeFilharmonie en Brussels Philharmonic tellen respectievelijk 84 en 82 musici in vaste dienst. Jaarlijks betalen ze 300.000 à 400.000 euro aan het inhuren van ‘toegevoegde musici'.

Hans Verbugt, intendant van De Filharmonie, staat argwanend tegenover de verregaande vorm van samenwerking. ‘Niet dat we onze hakken in het zand zetten nu er overal bespaard moet worden. We willen graag meewerken. Maar dit plan om van elkaars orkestleden gebruik te maken is niet uitvoerbaar, omdat het gebaseerd is op een te simpele rekensom. Je kan niet zomaar even een muzikant voor een weekje uitlenen.'

Verbugt betreurt dat er geen artistieke visie schuilt achter de clustering. ‘Elk orkest heeft zijn eigen bedrijfscultuur en zorgvuldig geboetseerde orkestcultuur. Op deze manier ga je die echt niet versterken.'

Ook Günther Broucke (Brussels Philharmonic) betwijfelt of er grote mogelijkheden zijn tot mobiliteit. ‘Een programmatie is een levend gegeven. Alleen in theorie kunnen orkesten die op elkaar afstemmen.'

Broucke ziet ook pluspunten. Grote podia en grote formaties moeten voortaan samenwerken. ‘En het belang van de vaste orkestmusicus, in voltijdse dienst, wordt door Schauvliege impliciet bevestigd.'

Altea, een Spaanse balerina werkt reeds 5 seizoenen bij het Ballet van Vlaanderen en vertelt haar ervaring met dit gezelschap. Zij werkt er samen met 50 'grote dansers op wereldformaat'. "Na mijn 21 trok in naar Antwerpen. Ik kende het gezelschap reeds door mijn russische leraar in de school Victor Ullate in Madrid. Ik deed er een auditie voor Robert Denvers, toen de artistieke directeur van het gezelschap. Een paar maanden daarna kreeg ik bericht dat ik er mocht beginnen." Altea is een dochter van de prestigieuze coreograaf en danseres Teresa Nieto. Altea werd primer soliste van het Ballet Van Vlaanderen. Zij zegt dat ze in het gezelschap is gevormd tot wat ze nu is: een wereldbekende ballerina. Ook als mens werd ze helemaal heropgevoed in het gezelschap, vertelt ze. "Toen Kathryn Bennets in het gezelschap kwam, ondergingen we allemaal een omkering. Zij dreef verschillende veranderingen door, en dit had een heel positieve invloed op het gezelschap. Internationaal braken we helemaal door, we spelen voor volle zalen over heel de wereld. Zij zegt vaak dat het door ons komt, dat zij enkel de rode draad is. Ze kan iedereen enorm stimuleren om het beste uit jezelf te halen. Zij trok ook vele nieuwe professionele mensen aan, coreografen, professors, die graag voor het Ballet VV werkten omdat dit mooi stond op hun CV en deden dit aan een 'Belgische' prijs, zeer voordelig. Kathryn kon ze steeds overhalen omdat het een springplank was, die extra waarde heeft het Ballet van Vlaanderen."

 

De commentaren zijn gesloten.